13
nov
2020

Zorgregeling bij jonge kinderen (0-3 jaar): wat is in hun belang?

Na een echtscheiding heeft ieder kind recht op contact met beide ouders. Dit is belangrijk voor een goede ontwikkeling en het welzijn van een kind. Het is daarom voor ouders wettelijk verplicht een ouderschapsplan met een zorgregeling op te stellen. In onze praktijk komt regelmatig de vraag voorbij welke zorgregeling in het belang van een jong kind is. Baby’s en peuters onder de drie jaar kunnen zich nog niet of nauwelijks verbaal uiten, waardoor lastig in te schatten is hoe ze een bepaalde zorgregeling beleven en ervaren. In deze blog wordt toegelicht wat deskundigen in algemene zin in het belang van een jong kind achten.

Hechting tussen de ouder(s) en het kind

In de leeftijdsfase van nul tot drie jaar maken kinderen een enorme ontwikkeling door. Eén van die ontwikkelingen is dat de basis wordt gelegd voor hechting.  Hechting geeft een kind een veilig en geborgen gevoel en is de basis voor alle latere relaties van het kind (Bowlby, 1973). De basis voor een veilige hechting wordt gelegd in het geval dat er een stabiele en harmonische relatie is, waarin de ouder sensitief en responsief reageert op (de behoeften van) een kind (Hendriks & Singendonk, 2018). Hier is sprake van als de ouder in staat is om signalen van een kind waar te nemen, deze te begrijpen en daar snel en adequaat op kan reageren. Als een kind zich niet goed kan hechten aan de ouder(s), dan loopt het kind later meer risico op gedragsproblemen, relationele problemen en psychische problemen (NJi, 2007). Om een goede hechting op te bouwen, heeft een kind minimaal één ouder of vaste verzorger nodig. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter dat het ook in het belang van een kind is als beide ouders betrokken zijn bij de dagelijkse verzorging en opvoeding (onder andere Warshak, 2016).

Wat is een passende zorgregeling voor het kind en de niet-inwonende ouder?

Voor de hechtingsrelatie met beide ouders is het volgens sommige deskundigen van groot belang dat een kind na een (echt)scheiding frequent en uitgebreid contact heeft met beide ouders, zodat het zich veilig, vertrouwd en comfortabel zal blijven voelen bij hen beiden. Zowel baby’s als peuters zijn er volgens hen bij gebaat ook te overnachten bij de niet-inwonende ouder, omdat avonden en overnachtingen mogelijkheden bieden voor cruciale sociale interacties en verzorgende activiteiten waar bezoekjes van enkele uren niet in kunnen voorzien (Lmb, 2018; Warshak, 2016; Kelly & Lamb, 2000).

Andere deskundigen zijn terughoudender waar het overnachtingen betreft, met name als het gaat om zeer jonge kinderen die de leeftijd van 18 maanden c.q. 2 jaar nog niet hebben bereikt. Het geniet volgens hen de voorkeur voor deze kinderen een zorgregeling overeen te komen, waarbij een kind en de niet-inwonende ouder frequent doch kort contact hebben. De niet-inwonende ouder zal dan enkele keren per week met het  kind tijd doorbrengen, telkens ten hoogste een paar uur. Op deze manier kan de niet-inwonende ouder een rol blijven spelen in de dagelijkse verzorging. Naarmate een kind ouder wordt, kan er meer tijd met de niet-inwonende ouder worden doorgebracht en aan overnachtingen worden gedacht (Ed Spruijt 2014; P.Vermeulen 2009).

Een passende zorgregeling, waarbij invulling wordt gegeven aan het aantal contacturen en mogelijke overnachtingen hangt uiteraard af van verschillende omstandigheden, zoals de kwaliteit van het ouderschap, de behoeften van uw kind, uw persoonlijke omstandigheden en die van uw (ex-)partner.

Een passende zorgregeling in het geval van co-ouderschap?

Co-ouderschap onder de drie jaar werd lange tijd niet in het belang van het kind geacht, omdat het kind te afhankelijk zou zijn van de zorg van de primaire verzorger en het een nog onvoldoende ontwikkelde persoonlijkheid zou hebben (onder andere Martens, 2007). Uit recent(er) onderzoek volgt echter dat kinderen ook op zeer jonge leeftijd al goed kunnen opgroeien in twee huizen na een echtscheiding (onder andere Nielsen, 2017; Turunen, 2017; Westphal, 2015). De voorwaarden die volgens deskundigen gelden in het geval van co-ouderschap is dat de veiligheid gewaarborgd wordt, dat de ouders beschikken over voldoende opvoedingsvaardigheden en sensitiviteit en dat er sprake is van goede afstemming tussen ouders (Gilmore, 2006; Harris-Short, 2011; Nikolina, 2015). Ook wijzen de deskundigen erop dat het in het belang van het kind is om regelmatig ieder van de ouders te zien. Een week de andere ouder niet zien, wordt doorgaans bij jonge kinderen als te lang ervaren. Een zorgregeling dient (te) lange verwijderingen van elk van de ouders te beperken om scheidingsangsten te voorkomen.

Wat te doen als u en uw (ex-)partner niet tot een geschikte zorgregeling kunnen komen?

Het maken van afspraken in onderling overleg verdient de voorkeur, al dan niet met behulp van een mediator of advocaat. Als dit niet lukt, dan kan de rechter op verzoek van één van beide ouders een voorlopige zorgregeling vaststellen op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek. Het treffen van een voorlopige zorgregeling is van belang, omdat het definitief vaststellen van een zorgregeling in de praktijk maanden kan duren. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Wilt u meer weten over een zorgregeling voor jonge kinderen of over het vaststellen van een voorlopige zorgregeling via de rechter? Of wilt u een maatwerkoplossing laten opstellen voor de zorgregeling? Neem dan contact op met ons kantoor. Wij helpen u graag verder.

Volg De Boorder Advocaten op Twitter

Volg @deBoorderAdvo op twitter.

 © 2021 De Boorder Advocaten
Webdesign: JHmedia