1
jul
2019

Mijn ex woont samen! Wat betekent dit voor mijn alimentatieverplichting?

Ons kantoor wordt regelmatig benaderd met de vraag of de alimentatieplicht stopt als de alimentatiegerechtigde samenwoont met een nieuwe partner. In deze blog wordt aan de hand van de huidige wetgeving en jurisprudentie antwoord gegeven op de vraag wanneer sprake is van samenwonen en wat dit betekent voor de verplichting om partneralimentatie te betalen.

Wat zegt de wet?

In artikel 1:160 van het Burgerlijk Wetboek staat dat een verplichting om partneralimentatie te betalen stopt wanneer de alimentatiegerechtigde opnieuw in het huwelijk treedt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaan samenwonen met een ander als waren zij gehuwd of als waren zij hun partnerschap hadden laten registeren. De alimentatieverplichting eindigt van rechtswege. Dit heeft tot gevolg dat de alimentatieplichtige ook alle bedragen over het verleden kan terugvorderen vanaf het moment van samenwonen.

Met name de woorden “als waren zij gehuwd” zorgt in de praktijk voor verwarring. Wanneer exact aan dit vereiste is voldaan, is moeilijk te bepalen en heeft tot veel uitspraken van rechters geleid.

Wat zegt de rechtspraak?

In de rechtspraak is in loop van de tijd bepaald dat aan de volgende vijf voorwaarden moet zijn voldaan, wil er sprake zijn van samenwonen als waren zij gehuwd:

  1. een affectieve relatie;
  2. van duurzame aard;
  3. een feitelijke samenwoning;
  4. een gemeenschappelijke huishouding;
  5. een wederzijdse verzorging.

Kort gezegd houden deze voorwaarden het volgende in.

Affectieve relatie

Tussen de alimentatiegerechtigde en zijn of haar nieuwe partner moet sprake zijn van een bijzondere vorm van genegenheid of dat de een op zijn minst met de andere persoon zeer ingenomen is. Naarmate de relatie langer duurt, is de wederzijdse betrokkenheid op elkaars leven steeds groter, zodat gesproken kan worden van lotsverbondenheid. In het algemeen is dit vereiste niet heel moeilijk om aan te tonen.

Duurzame aard

De samenwonenden moeten de intentie hebben om voor onbepaalde duur een bestendige relatie met elkaar te hebben. Ook voor dit vereiste geldt, hoe langer de relatie duurt, hoe eenvoudiger dit is aan te tonen.

Feitelijke samenwoning

Een daadwerkelijke samenwoning is in de praktijk echter minder makkelijk aan te tonen. Een gezamenlijke inschrijving op een adres bij de gemeente kan een relevante factor zijn, maar dat hoeft niet bepalend te zijn. Doorgaans houden mensen beiden hun eigen woning aan en blijven ze beiden op een verschillend adres ingeschreven staan. Wat van belang is, zijn de feitelijke omstandigheden. Denk aan de situaties dat de auto van de partner bijna dagelijks voor de deur van de alimentatiegerechtigde staat geparkeerd, de partner regelmatig de hond van de alimentatiegerechtigde uitlaat, de partner niet op zijn eigen woonadres wordt gesignaleerd, hij dagelijks bij de alimentatiegerechtigde verblijft, daar de nacht doorbrengt en zich toegang verschaft tot de woning van de alimentatiegerechtigde met een eigen sleutel. Als de alimentatieplichtige in dat bewijs slaagt, is de kans groot dat de rechter een daadwerkelijke samenwoning aanneemt. Dat de samenwonenden niet alle dagen van hun relatie samen op één plek zijn geweest, is volgens recente jurisprudentie niet altijd vereist.

Gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging

Aan deze voorwaarden worden voldaan wanneer de samenwonenden in feite elk hetzij bijdragen in de kosten van de gezamenlijke huishouding of op andere wijze in elkaars verzorging verzien. De partner gaat bijvoorbeeld mee naar familieaangelegenheden, brengt de kinderen naar het sporten, de samenwonenden gaan gezamenlijk op vakantie of ze betalen om en om de boodschappen.

Volgens de Hoge Raad moeten rechters terughoudend zijn met het aannemen van een samenwoning als bedoeld in artikel 1:160 BW. Toepassing van dit artikel heeft namelijk tot gevolg dat de betrokkene die is gaan samenwonen als waren zij gehuwd, definitief zijn aanspraak op partneralimentatie verliest. Als de samenwoning eindigt, kan er niet opnieuw om partneralimentatie worden gevraagd bij de ex-echtgenoot.

Wie moet het samenwonen bewijzen?

De bewijslast ligt in deze gevallen op de alimentatieplichtige en dat levert vaak bewijsmoeilijkheden op. Om alle vijf voorwaarden te bewijzen, wordt in de praktijk dan ook regelmatig van een recherchebureau gebruikgemaakt.

Wanneer de alimentatieplichtige voldoende bewijs heeft aangeleverd, is het aan de alimentatiegerechtigde om de gestelde feiten van de alimentatieplichtige in voldoende mate te betwisten. Wanneer de alimentatiegerechtigde hier niet in slaagt, zal het ‘samenwonen als waren zij gehuwd’ door de rechter worden aangenomen en eindigt de alimentatieverplichting.

Vragen?

Ons kantoor heeft ruime ervaring met de zogenoemde “160-procedure”. Mocht je vragen hebben over je alimentatieverplichting of mocht je meer informatie willen over een recherchebureau waar wij goede ervaringen mee hebben, laat het ons weten. We voorzien je graag van advies.

Volg De Boorder Advocaten op Twitter

Volg @deBoorderAdvo op twitter.

 © 2019 De Boorder Advocaten Algemene voorwaarden Privacyverklaring
Webdesign: JHmedia