28
mrt
2021

Anonimiteit van de zaaddonor

Op 24 maart 2021 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan over het prijsgeven van de identiteit van een zaaddonor (ECLI:NL:RBGEL:2021:1388)  De donor heeft in de jaren 90 bij de zaaddonatie aangegeven dat zijn gegevens gedeeld mochten worden met de donorkinderen, maar heeft dat later teruggetrokken. De rechtbank oordeelt dat een afweging van de belangen van moeder en dochter aan de ene kant en die van de donor aan de andere kant niet kan worden gemaakt. Het ziekenhuis is daarom niet verplicht de gegevens van de donor aan de dochter bekend te maken.

Geschiedenis

In 1948 vond de eerste kunstmatige inseminatie met donorzaad in Nederland plaats. Omdat de betrokkenheid van een derde (de donor) in de partnerrelatie werd gelinkt met echtelijke ontrouw én onvruchtbaarheid nog een onbesproken onderwerp was, werd spermadonatie aanvankelijk gehuld in geheimhouding en taboe. Donaties waren daarom enkel anoniem en er bestond geen juridisch kader voor de donor en de vader.

In de jaren 80 namen de morele bezwaren af, kregen lesbische paren toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen en werd donorzaad voor het eerst ingevroren. Als gevolg daarvan nam zaaddonatie toe: duizenden mannen doneerden sperma.

Vanaf het begin van de jaren 90 kon een spermadonor er ook voor kiezen een ‘bekende’ donor te zijn. Er werd derhalve onderscheid gemaakt tussen een zogenoemde A-donor die anoniem wilde blijven en een B-donor die toestemming gaf zijn gegevens te verstrekken aan het donorkind vanaf zestien jaar. B-donoren stond het vrij om later alsnog aan te geven anoniem te willen zijn.

Door het groeiend aantal donoren werd in 1992 de CBO-richtlijn ingevoerd. De richtlijn schreef een maximum van 25 donorkinderen per donor voor.

Precieze aantallen donoren en donorkinderen ontbreken omdat deze gegevens voor 2004 niet centraal werden verzameld. Naar schatting zijn er volgens de stichting Fiom voor 2004 ongeveer 40.000 donorkinderen geboren. Donoren die voor 2004 gedoneerd hebben en donorkinderen die destijds verwekt zijn en waarvan geen gegevens bekend zijn, kunnen door middel van de Fiom KID-DNA Databank op zoek naar verwanten.

Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting

Sinds 1 juni 2004 is de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) in werking getreden. Uitgangspunt van deze wet is dat elk kind recht heeft op kennis over zijn afstamming. Hierdoor is het niet meer mogelijk om anoniem zaad te donoren. De Wdkb geldt niet met terugwerkende kracht.

De wet voorziet in de verplichting om de afstammingsgegevens (medische gegevens, fysieke en sociale gegevens en persoonsgegevens) van de donoren in een centraal registratiesysteem te verzamelen. Dit systeem wordt beheerd door de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB). In het centraal register staan geen directe cijfers over geboortes van donorkinderen. Het register geeft wel informatie over het aantal behandelingen met donorzaad, donoreicellen en donorembryo’s. Alleen de behandelingen die leiden tot een zwangerschap worden geregistreerd. In 2020 stonden er in het centraal register – dat dus sinds 2004 wordt bijgehouden – bijna 13.000 registraties van behandelingen met donorzaadcellen opgenomen.

De SDKB bewaart gedurende tachtig jaar de donorgegevens. Donorkinderen mogen de volgende gegevens opvragen van een donor. Per leeftijdsgroep gelden daarbij de volgende regels:

Donoren die na 1 juni 2004 doneren kunnen in geval van zwaarwegende belangen bezwaar maken tegen het verstrekken van hun gegevens. Er zal dan een afweging gemaakt worden tussen het belang van de donor (om anoniem te blijven) en het belang van het kind (op afstammingsinformatie).

In de overgangsbepaling van artikel 12 lid 3 Wdkb is opgenomen dat de gegevens van A-donoren en B-donoren, niet tegen hun wil verstrekt mogen worden.

Rechtszaken

Donor K43 (RB. Arnhem 24 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1388)

Dochter (eiseres) is in 1998 geboren na een Ivf behandeling in het ziekenhuis. De moeder koos toentertijd uitdrukkelijk voor een B-donor: een bekende donor, die er mee akkoord was om zijn persoonsgegevens later aan het kind te verstrekken. In de in 1997 gebruikte informatiefolder over de zaaddonatie is onder meer vermeld:

“Bekende donoren zijn donoren die bereid zijn hun anonimiteit prijs te geven ten behoeve van het kind.”

“In Ziekenhuis [het ziekenhuis] wordt er vanuit gegaan dat dit in het belang van het kind is. Het kind heeft dan altijd de mogelijkheid om later informatie in te winnen over de donor.”

Toen de dochter in 2017 16 jaar werd, vroeg zij bij het ziekenhuis de gegevens op. Zij kreeg deze echter niet. Zonder dat de dochter of de ouders het wisten is donor ‘K34’ teruggekomen op zijn eerdere belofte, hij wil anoniem blijven. De donor heeft op enig moment na de zaaddonatie bij het ziekenhuis verklaard bij nader inzien toch anoniem te willen blijven. De overgangsbepaling van artikel 12 WDKB biedt B-donoren deze ruimte, door te bepalen dat gegevens van B-donoren – die dus voor 2004 hebben gedoneerd – alleen met instemming van de donor verstrekt mogen worden.

Dochter en moeder eisen nu dat het ziekenhuis de gegevens van de donor verstrekt en dat zij schadevergoeding betalen. Het ziekenhuis beroept zich op overmacht (artikel 6:75 BW), omdat zij de gegevens van K43 wel wil verstrekken, maar zich daartoe niet vrij voelt omdat K43 niet instemt.

De rechtbank oordeelt dat de dochter in beginsel recht heeft op de gegevens, maar dat deze slechts verstrekt kunnen worden nadat een afweging heeft plaatsgevonden tussen haar belangen en die van K43, zoals besloten ligt in artikel 7 IVRK en artikel 8 EVRM en zoals ingevolge de WDKB ook plaatsvindt bij verzoeken van kinderen die zijn verwekt met na 1 juni 2004 gedoneerd zaad.

Doordat de donor geen partij is in de procedure, de rechtbank summiere informatie heeft over zijn motieven en belangen, en het feit dat de donor bij een belangenafweging in zijn nadeel niet in hoger beroep kan, oordeelt de rechtbank dat zij de belangenafweging niet kunnen maken. Ook de schadevergoeding wordt afgewezen.

Hier is volgens de rechtbank de grens bereikt van wat de rechter kan beslissen en is de wetgever aan zet. Zij zetten de wetgever aan om een belangenafweging alsnog mogelijk te maken.

De rechtbank overweegt derhalve:

“Dat er, naast anonieme donoren . . . ook donoren zijn geweest die enkel bij de KID-instantie bekend waren en die hun aanvankelijke instemming met bekendmaking van hun gegevens naderhand hebben ingetrokken, is door de wetgever onvoldoende onderkend bij de totstandkoming van art. 12 WDKB.  Dit terwijl kinderen die met laatstbedoelde donoren zijn verwekt, zoals de dochter, erop mochten rekenen dat zij de identiteit van hun biologische vader te weten zouden komen en dus . . . bijzonder hard worden getroffen in hun grondrecht te weten van wie zij afstammen. Bovendien is er geen reden te bedenken waarom kinderen die vóór 1 juni 2004 met zaad van een bekende donor zijn verwekt de belangenafweging wordt onthouden, waarin art. 3 lid 2 WDKB voorziet voor kinderen die ná 1 juni 2004 met zaad van een donor zijn verwekt.”

Deze eerste rechtszaak van een donorkind om de identiteit van de donorvader te achterhalen heeft verstrekkende gevolgen voor kinderen van zaaddonoren die erop rekende dat zij de identiteit van hun biologische vader te weten zouden komen.

Donor 605

Thans loopt er een vergelijkbare zaak bij de rechtbank Den Haag waarin vijf donorkinderen en hun vier ouders eisen dat Medisch Centrum Kinderwens en de SDKB de gegevens van donor 605 – die zijn status gewijzigd heeft naar anoniem – bekend moeten maken. De rechtbank doet op 2 juni 2021 uitspraak in deze zaak.

Wetgever

Naar aanleiding van het rapport van de Tweede evaluatie WDKB, dat op 29 mei 2019 aan de Tweede Kamer is aangeboden, heeft de Minister van volksgezondheid, welzijn en sport bij brief van 26 september 2019 onder meer aangegeven dat het switchen van B-donoren naar anonimiteit niet past bij de geest van de Wdkb. Afhankelijk van de rechtelijke uitspraken is de minister bereid om een wetswijziging in gang te zetten. Volgens de minister zou een wetswijziging in kunnen houden dat gegevens van een B-donor van voor 2004 in principe worden verstrekt, tenzij de donor een zwaarwegend belang kan aantonen om niet over te gaan tot verstrekking van zijn persoon identificerende gegevens. Dit is volgens de minister meer in lijn met de geest van de Wdkb, waardoor B-donoren van voor 2004 op dezelfde wijze worden behandeld als de donoren van na 2004.

Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van het voorgaande? Neem dan gerust contact op met één van onze advocaten. Zij beantwoorden uw vragen graag.

Volg De Boorder Advocaten op Twitter

Volg @deBoorderAdvo op twitter.

 © 2021 De Boorder Advocaten
Webdesign: JHmedia